Herman De Croo en de bedgeheimen van Koning Albert

Hugo Camps interviewde voor het Nederlandse weekblad Elsevier Magazine onze Kamervoorzitter Herman De Croo. 'Herman De Croo spreekt een taal van hem alleen. De Belgische voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers is niet na te bootsen. Niet door cabaretiers, niet door politieke verwanten, niet door zijn eigen kinderen,' schrijft Camps in de inleiding.

De Croo tackelt in het gesprek een aantal hete hangijzers van de Belgische politiek:

Over Prins Laurent: 'Stel dat Laurent was gaan werken bij Lernout & Hauspie, in de spraaktechnologie. Bedrijf failliet, van de beurs gehaald, de spaarpot van honderden Vlaamse middenstanders leeggeschud. Het zou de prins nog lang worden nagedragen. Men moet weten wat men wil. Er lijkt mij weinig mis met een staatstoelage aan de kinderen van de Koning.'

Over de monarchie: 'Wij hebben een contractuele monarchie. Daarbij speelt bestendigheid een grote rol. Het respect van de Belgen voor de Koning is structureel. Met 15% zijn de republikeinen ruim bemeten. Zelfs extreem-rechts heeft nog nooit gezegd dat we de Koning moeten afschaffen. De helft van het Vlaams Belang is voor de monarchie. Wat is een protocollaire monarchie? We zitten nu al dicht tegen de grens van dat model aan. De Koning kan niets beslissen zonder politieke afdekking. Hij mag na de verkiezingen de formateur aanduiden, maar enkel met instemming van de parlementaire meerderheid. Ik heb als voorzitter van de Kamer één keer een vraag geweigerd. De vraag over het vaderschap van Koning Albert over mevrouw Boël. Wie moest daarop antwoorden? De Koning heeft zwijgplicht. De eerste minister? Die laat je toch niet het woord nemen over bedgeheimen van een ander?'

Over de Benelux: 'Ooit had de Benelux enige grandeur, nu is het een quasidood lichaam. Er is dood en dood. (...) De Benelux functioneerde redelijk tussen 1958 en 1978. Die Schwung is weg, en dat is jammer. De drie landen samen zouden in Europa het stemmengewicht van Frankrijk overstijgen en dat van Duitsland benaderen. Maar dan moet je wel een gemeenschappelijke politiek hebben. De Benelux is helaas blijven hinken. Het bondgenootschap zal wel overleven, omdat niemand het wil begraven, maar spetteren doet het niet. Niemand die weet wie lid is van de interparlementaire Benelux-assemblée. Het kabbelt rustig door. Het is geen top-assemblée. Ik zou het al een vooruitgang vinden als de premiers van de drie landen voor elke Europese top weer eens samen het ontbijt namen.'

bron: Elsevier
auteur: Hugo Camps

Share
STIJGERS & DALERS BEL20