Milieubelasting en werkgevers

Werkgeversorganisaties gingen vorig weekend compleet uit de bocht. In een dure, paginagrote advertentie in alle kranten halen ze zwaar uit naar de nieuwe milieutaks die de regering wil heffen om de belasting op arbeid te verlagen (bijvoorbeeld op de ploegenarbeid). Die advertentie heeft het imago van werkgevers geen deugd gedaan. Hopelijk komt er snel een rechtzetting.

Zijn de werkgevers tegen lastenverlaging? Wellicht niet. Ze zijn tegen een verhoging van milieutaksen, althans enkelen onder hen, namelijk degenen die deze advertentie hebben bedacht en ze door de strot van hun respectievelijke organisaties hebben geduwd. Want zeg nu zelf : 'verlies aan koopkracht voor de consument', 'een milieutaks die er geen is', 'aangezien er meestal geen alternatief bestaat voor de verpakkingen die vandaag worden gebruikt' en 'de nieuwe taks heeft dus geen enkele invloed op het milieu' zijn wel erg ongenuanceerde uitlatingen.

Dat er geen alternatief zou bestaan staat in contrast met de retoriek over het belang van innovatie voor de economie die dezelfde werkgeversorganisaties voeren met het oog op het bekomen van subsidies van de overheid. Het is ook een belediging aan het adres van de vele innovatieve ingenieurs die dit land telt. Bovendien zal de nieuwe milieutaks zelfs zonder alternatieve verpakkingen wel degelijk een invloed hebben op het milieu, omdat de kleine verpakkingen relatief duurder worden tegenover de grote , wat het koopgedrag beïnvloedt en dus ook de daaruit volgende milieuvervuiling.

De Bond Beter Leefmilieu is positief over de regeringsmaatregel. Al Gore - de man achter de film 'The Inconvenient Truth' over de opwarming van de aarde, en de man die in de presidentsverkiezingen meer stemmen haalde dan Bush maar net niet verkozen raakte - stelt voor de belasting op arbeid volledig te vervangen door milieubelastingen. Op een ogenblik dat een grote wereldwijde mobilisatie voor het milieu en tegen de belasting op arbeid mogelijk en wenselijk is, laten werkgevers zich van hun kleinste kant zien. Bevolking én ondernemingen hebben er baat bij dat er veel meer belastingen komen op milieuvervuiling en veel minder op arbeid.

Het beleid in de wereld verandert niet zomaar. In het verleden zijn grote veranderingen in externe omstandigheden bijna steeds gepaard gegaan met revoluties of het verdwijnen van grote mogendheden. Denk aan het oude Egypte, het Romeinse Rijk, aan Karel de Grote, het Spaanse rijk van Keizer Karel, het Britse imperium met talloze kolonies. Vandaag maken we grotere veranderingen mee dan ooit tevoren.

Door de automatisering, de computer, het internet en de globalisering van de economie staat de wereld voor enorm veel uitdagingen. Machines maken producten en voeding in de plaats van mensen. Wereldwijd bedraagt de werkloosheid 30 procent. Maar alle landen streven nog naar 'volledige tewerkstelling' in 'volwaardige jobs'.

De systemen die onze economie en onze politiek beheersen zijn gebouwd op verouderde fundamenten. Daardoor betaalt onze Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening 1,2 miljoen werklozen van allerlei definities terwijl kleine zelfstandigen zich te pletter werken omdat het voor hen veel te duur is hulp 'te kopen' tegen 20 euro per uur. Zij moeten op hun eigen werk dan nog eens veel belastingen betalen om die werklozen te betalen.

Werkgevers

Nu eindelijk de politiek én topmensen als Al Gore iets willen gaan doen voor het milieu krijgen zij weerstand van andere conservatieve krachten: de werkgeversorganisaties. Waarom zijn die er eigenlijk? Werkgeversorganisaties zijn ontstaan als gevolg van de oprichting van vakbonden, waarbij het noodzakelijk was efficiënt over loonvoorwaarden te onderhandelen.

Vandaag is de overheid veruit de grootste werkgever. Doordat de economie globaal is geworden, is de relevantie van lokale werkgeversorganisaties gering geworden, net zoals de vakbonden geen delokalisaties kunnen verhinderen.

Werkgeversorganisaties hebben er net zoals vakbonden nood aan eens goed na te denken over hun business, over hun businessmodel. Daarbij is de cruciale vraag of de klant, de werknemer of het bedrijf dus, waarde krijgt voor zijn lidmaatschap.

Het probleem daarbij is dat de werknemers van vakbonden en werkgeversverenigingen belang hebben bij het in stand houden van de complexiteit van de regelgeving in dit land. Zij hebben er belang bij dat de arbeidsmarkt oeverloos ingewikkeld is zodat het voor werknemers én bedrijven veel te risicovol is zich op het gladde ijs van de arbeidsmarkt te begeven zonder lid te zijn. Zij hebben er belang bij de vele vormen van subsidies van de diverse overheden in stand te houden, want ook dat behoort tot hun dienstverlening.

Het is aan de leiding van deze organisaties om visie te tonen, zoals recentelijk Unizo voorstelde subsidies af te schaffen. Werkgevers en vakbonden hebben wel degelijk een toekomst, als zij getuigen van een langetermijnvisie en de behoeften van hun klanten centraal stellen.

Deze Opinie verscheen op 26/10 in De Tijd

Share
STIJGERS & DALERS BEL20