Onderwijs: de puntjes op de i |
|
|
Ik ben verwonderd (veeleer verbaasd, verrast) dat Vlaams minister van Onderwijs
recent niet geantwoord heeft op de verklaring van een rechter die beweerde dat
het vrij katholiek onderwijs de betere keuze was. Ook de andere onderwijsnetten
(behalve uiteraard het Gemeenschapsonderwijs) en de vakbonden hielden de lippen
stijf op elkaar. Nochtans had de minister alle troeven in handen om zijn
“ministeriële” mening te ventileren: enerzijds had de rechter in kwestie een
deontologische fout begaan en anderzijds bevestigen “wetenschappelijke studies”
dat deze bewering fout is. Ik dacht dat wij, Vlamingen, een graad van volwassenheid hadden bereikt waardoor “schoolstrijd” en “verzuiling” tot het verleden behoorden. Niet dus. Mag ik even het geheugen opfrissen? Niet zozeer omdat u het, beste lezer, niet zou weten, maar veeleer voor hen die niet hebben deelgenomen aan het maatschappelijk debat over ons onderwijs of geen tijd hebben gemaakt om het te volgen. Tot eind van de jaren '80 is er in ons land wel heel veel onderwijspolitiek bedreven, maar onderwijsbeleid bleef aan de oppervlakte. Het verwijt kwam van alle kanten, maar de politieke partijen hadden weinig redenen om elkaar te beschuldigen. Het gevoerde beleid was gewoon té politiek, té chaotisch en té Belgisch. De meeste ambtenaren ontging het onderscheid tussen administratie en onderwijsbeleid, de politici vielen veeleer op door beleidsonthouding en personeelsinmenging dan door deskundigheid, de vakbonden ontwaakten op verkeerde tijden, de pedagogen bleven vaak steken in quasi-theoretische beschouwingen, de leerkrachten werden overwegend in beslag genomen door hun dagelijkse arbeid en hun groepsbelangen. Dat gezamenlijk falen moet vooral worden verklaard uit de aanwezigheid van een sociaal en politiek klimaat dat enkel kleine bijsturingen van het bestaande onderwijssysteem toeliet. In de beginjaren ’90 werd echter - vooral onder impuls van Vlaams minister van Onderwijs Luc Van den Bossche - veel op gang gebracht dat ons hoopvol stemde voor de toekomst. Ik denk onder andere aan het oprichten van de ARGO, aan de initiatieven i.v.m. lokaal onderwijsbeleid, aan de opsplitsing van de oude inspectie in inspectie en begeleiding (toevertrouwd aan de verschillende onderwijsnetten), aan de lopende navormingsprojecten. Ik denk eveneens aan enkele belangrijke denkpistes i.v.m. vrijwillig fusioneren en het aanmoedigen van samenwerkingsverbanden tussen scholen en netten (met als onvermijdelijk resultaat schaalvergroting die scholen meer beleidsautonomie zou geven op administratief, financieel en pedagogisch vlak), aan een nieuwe lerarenopleiding. Deze maatregelen en plannen overschreden met name ver de grenzen van de inrichtende machten die rechtstreeks voor het onderwijs verantwoordelijk zijn. De competitie om een beter prijskaartje (in regeringsonderhandelingen en het nemen van beleidsopties) met andere gemeenschapsbelangen werd steeds feller, vandaar dat ook - en met overtuiging - het economisch belang van het onderwijs werd onderstreept. In de beginjaren ’90 werd eindelijk ook hardop gezegd dat de distributieve onderwijspolitiek was achterhaald en plaats moest maken voor een constructieve politiek. Ook hier was het opnieuw minister Van den Bossche die de knuppel in het hoenderhok gooide. Dat dit niet zonder slag of stoot gebeurde, kan ik als actor - in die tijd was ik kabinetsmedewerker - getuigen. De distributieve politiek ontstond vanaf de strijd om het recht op formele en materiële vrijheid van onderwijs, die quasi uitmondde in de financiële gelijkstelling tussen rijks- en vrij onderwijs. Het was een politiek waarbinnen de vraag naar verdelende gerechtigheid en het recht van verscheidenheid van levensovertuigingen domineerde. Zo'n overheidsbeleid maximaliseerde de financiële en minimaliseerde de onderwijskundige aspecten. Om een constructieve onderwijspolitiek te kunnen voeren, dienden de beleidsstructuren te worden herzien. Die herziening behelsde o.m. de structuur van het schoolbeheer, de kwaliteit en mentaliteit van de ambtenaren, de relatie tussen zij die besturen en zij die bestuurd worden, de voor- en nadelen van centralisatie en decentralisatie van het onderwijsbestuur, de opleiding en inzet van directies en leerkrachten, de communicatie en de participatie van de dichtst bij het onderwijs betrokken personen en groepen. Minister Vandenbroucke weet beter dan wie ook dat onderwijspolitiek, onderwijsbeleid en onderwijsplanning nauw met elkaar zijn verbonden en elkaar ook vaak overlappen. Onderwijspolitiek kan worden gezien als het resultaat van beslissingen van een bestaand politiek systeem dat is opgebouwd uit een netwerk van machtsrelaties en van daarmee verbonden processen, waardoor het systeem zich continueert of wijzigt. De beslissingen die het politieke systeem heeft genomen, moeten worden omgezet in een samenstel van beleidsmaatregelen. Dit totaal van maatregelen vormt het onderwijsbeleid. En daar liep het decennia fout! Met Van den Bossche werd gesteld dat in onze samenleving de volgende doelen moesten worden verwezenlijkt: ontplooiing van het individu, gelijke onderwijskansen, voorziening in de behoefte aan opgeleide mankracht, efficiënt gebruik van de beschikbare middelen. Tijdens zijn ministerschap heeft Luc Van den Bossche er herhaaldelijk op gewezen dat inrichtende machten en vakbonden nu eens eindelijk moesten beseffen dat “een goed onderwijsbeleid” nagenoeg niets te maken had met kleuren en zuilen, maar alles met het feit dat onze samenleving het zich niet kon veroorloven de omkadering en de kwaliteitsverbetering van het onderwijs te laten bepalen door beslissingen ad hoc. De ideologisering van de planningsgedachte was al te vaak de doorslaggevende factor geweest bij het nemen van onderwijspolitieke beslissingen en bij het uitstippelen van een daaraan beantwoordende onderwijsbeleid. Een onderwijsplan geldt voor alle onderwijsnetten en omvat een omschrijving van de doelen, de onderwijsstructuren, de leerstof en de leermiddelen, een analyse van de condities die vervuld moeten worden om de invoering en de uitvoering van het plan optimaal te waarborgen, een overzicht van het onderzoek dat verricht moet worden, een prioriteitenschema dat aangeeft wat op korte tijd, op middellange tijd en op lange termijn kan worden verwezenlijkt, een kwantitatieve analyse van de vraag naar onderwijs, een kwantitatieve analyse van de kosten van de gewenste onderwijsgroei. Een onderwijsplan moet dus in grote lijnen bestaan uit een maatschappij-mens-visie, een pedagogisch project en een kosten-baten analyse. Hierin verschillen de onderwijsnetten niet van elkaar. Geen enkel net kan privilegies opeisen of uitzonderingen maken. Evenals in economisch opzicht moet ook onderwijskundig in grotere eenheden worden gedacht (onderwijsregio’s, regionale onderwijsplanbureaus, centraal onderwijsplanbureau). Een geestelijk klimaat van openheid en samenwerking tussen de netten is een technische voorwaarde. Het Vlaams onderwijsbeleid moet er van uitgaan dat de verbetering van het onderwijs alleen tot stand kan komen indien voortdurend gebruik wordt gemaakt van de wetenschap. Onderzoek is onmisbaar in het kader van een constructieve onderwijspolitiek. Vanaf 1991 kwam echter ook op dat terrein een gunstige kentering. Ik denk o.a. aan de leerplanontwikkeling, de ontwikkelingsdoelen, de eindtermen, het schoolwerkplan, de vernieuwde werkvormen, de initiatieven i.v.m. de navorming, de discussie over empirisch georiënteerde onderwijsopleidingen. Spijtig genoeg hebben de inspanningen die de onderwijskabinetten-Van den Bossche hebben gedaan om samenwerkingsverbanden te creëren die netten, kleuren en zuilen zouden overstijgen, geen voldoende respons gekregen. De politiek, de vakbonden en de onderwijsmensen hebben de boodschap niet willen begrijpen en de intenties van de boodschapper slecht geïnterpreteerd. Resultaat? De overwegingen en voorstellen die in de jaren ’90 werden geformuleerd over de vormgeving van het beleid kwamen onder het stof terecht. Ligt daar ook niet het misverstand over de kwaliteit van de onderwijsnetten, mijnheer de Minister? Scoort ook daarom ons onderwijs minder goed, of beter: minder hoog, op de hitlijst van het beste onderwijs in Europa? Moeten er niet dringend maatregelen komen die bijdragen tot de ontwikkeling van een constructieve onderwijspolitiek in Vlaanderen? Welke maatregelen? Om het eenvoudig te stellen: (kleine) scholen moeten samensmelten, of op zijn minst samenwerken, studierichtingen met heel weinig leerlingen moeten worden samengevoegd tot één aanbod in één school, de infrastructuur (het machinepark b.v.) moet toegankelijk worden voor alle netten en alle scholen binnen een zelfde regio, netoverstijgende activiteiten en initiatieven moeten worden aangemoedigd. Ik weet dat de minister dit ook denkt en vaak zegt, maar ook hij slaagt er niet in hier drastisch veel op gang te brengen. Of vergis ik mij? Om te besluiten een bedenking (noem het een moeilijke bevalling): ook het onderwijs in België is historisch gegroeid (zoals vele “politieke” en “sociale” fenomenen), maar hier past “misgroeid”, “mismeesterd”, “misvormd” echter beter. De begrippen “vrij onderwijs” en “gemeenschapsonderwijs” (voorheen “rijks- of staatsonderwijs”) zijn hier abusief gebruikt door allerlei politieke (lees: electorale) beslissingen uit het verleden. Zou het niet duidelijker én vooral eerlijker zijn nog twee netten te tolereren: een overheidsnet (gemeenschap, provincie, gemeente) dat door die overheid wordt gefinancierd en een vrij net dat zichzelf bedruipt en beperkt wordt gesubsidieerd indien het aan de voorwaarden voor “goed onderwijs” voldoet? |
| Share |
-
De triomf van de 'toyboy': steeds meer vrouwen kiezen een jongere man
- 3239x gelezen
- 07 feb 2012
In 1986 nog schreef het weekblad Newsweek dat een vrouw van veertig meer kans maakte slachtoffer te worden van een terroristische aanval dan dat ze nog aan een man zou raken...Lees meer -
10 zaken waar u weinig mee bent maar die u toch wil weten
- 2669x gelezen
- 07 feb 2012
Het ⌘ symbool dat de 'Command'-toets van elke Apple-computer versiert -een kasteel van uit de lucht bekeken - is oorspronkelijk een kenteken dat door de Zweedse campingfederatie werd gebruikt om interessante locaties aan te duiden..Lees meer -
Hoeveel levens moet je redden om één moord te compenseren?
- 1074x gelezen
- 07 feb 2012
Voorwaarde is wel dat bij het redden van andermans leven, het eigen leven op het spel wordt gezet...Lees meer -
De Noord-Koreaanse versie van A-ha's 'Take on me'
- 1428x gelezen
- 05 feb 2012
Veel eten krijgen ze niet, maar accordeon spelen kunnen ze...Lees meer -
Vliegen deze mensen boven New York?
- 2532x gelezen
- 01 feb 12
-
7 zaken die aangeven hoe moeilijk het is om e...
- 5207x gelezen
- 01 feb 12
-
Bestaat er een wetenschappelijke verklaring v...
- 3891x gelezen
- 31 jan 12
-
Het is officiëel: vrouwen kunnen beter parker...
- 4335x gelezen
- 31 jan 12
-
Welke van de 7 hoofdzonden begaan we het vaak...
- 4500x gelezen
- 27 jan 12
| KBC Groep (KBC) | 8.20 % |
| Ageas (AGS) | 1.17 % |
| Cofinimmo (COFB) | 0.49 % |
| Nyrstar (NYR) | 0.26 % |
| Solvay (SOLB) | 0.17 % |
| Bekaert (BEKB) | -2.43 % |
| Telenet Group Holding (TNET1) | -1.51 % |
| Ackermans & van Haaren (ACKB) | -1.40 % |
| Umicore (UMI) | -1.22 % |
| Mobistar (MOBB) | -1.01 % |
09/02/2012 17:39



