'Trauma van 9/11 mag geen excuus vormen voor Cheney & Co'

Richard A. Clarke , die instond voor nationaal veiligheidsadvies aan de Amerikaanse presidenten Reagan, George H.W. Bush, Clinton en George W. Bush op het gebied van inlichtingendiensten en terrorisme van 1973 tot 2003, vraagt zich in de Washington Post af waarom de regering Bush geheime gevangenissen in het buitenland opende, martelen toestond en de telefoons van talloze Amerikanen afluisterde zonder gerechtelijk bevelschrift.

'De afgelopen weken hebben zowel Dick Cheney als Condoleezza Rice telkens opnieuw het ‘9/11 trauma ‘ ingeroepen om hun daden te verantwoorden, gekoppeld aan de boodschap dat zij bijgevolg moeten worden vrijgesteld van mogelijke vervolging omdat het hun taak was bijkomende terroristische aanslagen op de VS te verijdelen.'

‘Ik herinner me een totaal uit zijn lood geslagen Cheney in het Witte Huis op 9/11', schrijft Clarke. ‘En wat ik op zijn gezicht las was niet enkel angst en shock, maar ook een enorm schuldgevoel. Maandenlang hadden hij en andere topmensen uit de regering Bush de verwittigingen van de CIA en de Nationale Veiligheidsraad omtrent een op til zijnde 'monsteraanslag' van Al Qaeda in de wind geslagen. Pas op 9/11 beseften ze dat ze het land in de steek hadden gelaten en waren ze bang dat dit gebrek aan handelen publiek bekend zou worden, wat de kansen op een herverkiezing van George W. Bush  zo goed als zou vernietigen. In hun paniek, gooiden ze bestaande wetten in de vuilnisbak, negeerden ze bewezen ondervragingsmethoden evenals het Amerikaanse rechtssysteem en zochten ze hun toevlucht in ‘de meest extreem mogelijke maatregelen'.

‘Door de waarden en principes waarvoor Amerika altijd heeft gestaan te ondermijnen, werden Cheney & Co niet enkel gedreven door ongerustheid omtrent het welzijn van hun medeburgers. Ze waren er vooral op uit hun eigen hachje te redden.'

Share
STIJGERS & DALERS BEL20