 Over enige kinderen bestaan hardnekkige vooroordelen. Zo zouden ze verwend, sociaal minder vaardig en existentieel eenzaam zijn. De Amerikaanse ontwikkelingspsycholoog Toni Falbo heeft echter na een research van bijna 40 jaar geconcludeerd dat er geen negatief verband bestaat tussen gezinsgrootte, gedragsproblemen of gevoelens van eenzaamheid.
Sterker nog, uit verschillende studies komt naar voren dat enige kinderen vaak socialer zijn dan kinderen uit grote gezinnen. Enige kinderen hebben nooit hoeven strijden voor aandacht thuis en zien leeftijdsgenoten dan ook niet als een concurrent. Omdat enige kinderen veel aandacht krijgen, presteren ze vaak iets beter op school en in hun verdere loopbaan. Volgens Falbo blijven de vooroordelen bestaan, ondanks een overvloedig wetenschappelijk bewijs dat op het tegendeel wijst. De norm van twee kinderen is dan ook sterk in onze cultuur verweven. Wellicht omdat het evolutionair slim is: met twee kinderen vervang je je ouders en houdt je de populatie in stand.
Laat onverlet dat het aantal gezinnen met één kind en kinderloze gezinnen al jaren bezig is aan een gestage opmars. Van de 100 vrouwen krijgen er 20 geen kind, van de overige 80 krijgt de helft twee kinderen terwijl 16% één kind krijgt.
|