Waarom België weinig Nobelprijswinnaars telt

Er zijn nogal wat merkwaardigheden. Zo werden 180 van de 838 prijzen toegekend aan joden – dat is 22 procent, terwijl ze slechts 0,2 procent van de wereldbevolking uitmaken. Of de Humboldt-Universität uit Berlijn, die 29 winnaars in haar rangen had tot 1956, maar er sindsdien geen énkele meer gewonnen heeft. Er is ook een high school in Brooklyn die 24 winnaars heeft voortgebracht. Geen wonder dat daar ooit zeven Nobelprijswinnaars in één straat gewoond hebben. (...)

Ons land doet het met tien prijzen niet goed, en Vlaanderen al helemaal niet. Wij hebben wel enkele kandidaten, zeker ook in Leuven, maar eigenlijk spelen we onvoldoende mee. In het voorwoord op mijn boek gaat rector Waer daar ook op in. Om met enige kans op succes Nobelprijswinnaars te ‘maken’, heb je een hoger onderwijs nodig dat onverholen gaat voor excellentie, of om het met een beladen term te zeggen: voor iets elitairs. Je kunt dat creëren, zoals ze bijvoorbeeld in de VS gedaan hebben. Je verveelvoudigt het inschrijvingsgeld, je aanvaardt alleen de beste studenten, en je legt enkele goed gekozen instellingen en hun onderzoekers financieel in de watten. Dan krijg je het Amerikaanse systeem: een in absolute cijfers grote top, een kleine middengroep, en een grote staart, een omgekeerde gausscurve.

Wij streven naar een gewone gausscurve, met een kleine kop, een kleine staart, en een groot peloton. Dat is een maatschappelijke keuze. Onze samenleving is het beste gediend bij ons model, en dat moeten we dus allicht zo houden, maar de consequentie is dat de échte top, het Nobelprijsniveau, erg moeilijk haalbaar is.

Martin Hinoul, geïnterviewd door Ludo Meyvis in Campuskrant K.U.Leuven, 22 juni 2011

(Via: LVB.net)

  • Gebaseerd op:lvb.net
  • Powered by:Express.be
Share
STIJGERS & DALERS BEL20