Waarom de beste Europese voetbalclubs nooit in een hoofdstad liggen

Wie de lijst van de winnaars van de UEFA Champions League  van naderbij bekijkt, komt tot een opmerkelijke vaststelling. Manchester United, AC Milaan, FC Barcelona, Bayern Munich, Liverpool, ... op Real Madrid na -en daar komen we later op terug-  hebben clubs uit de hoofdsteden van Europa's 7 grootste landen nooit de Champions League weten te winnen. Stefan Szymanski en Simon Küper -twee journalisten van de Financial Times- onderzochten waarom en penden in hun boek 'Why England Lose: And Other Curious Football Phenomena Explained' hun conclusie neer.

Beide auteurs namen Manchester als uitgangspunt, omdat wat daar gebeurde zich later in steden als Barcelona en ook Milaan zou herhalen. De origine van Man.United is Newton Heath, een club die gesticht werd door de arbeiders die er de eerste spoorweglijn aanlegden. Mensen uit het ganse land meldden zich hier om mee te werken aan dit eerste gigantische project van de industriële revolutie. Maar wat belangrijk is, is hun oorsprong. In het boek ‘Manchester United: The Biography', schrijft Jim White dat de meeste ‘Mancunians' ontwortelde immigranten waren, die van heinde en ver naar Manchester trokken om er een leven op te bouwen.

Tussen 1800 en 1900 steeg de bevolking van de stad van 84.000 tot 1,25 miljoen mensen. Volgens beide auteurs bezorgde het voetbal deze mensen de sociale band die ze kwijt waren geraakt nadat ze hun geboorteplek hadden verlaten. Ook in andere Britse industriële steden herhaalde zich hetzelfde fenomeen. Hoewel de zone rond Manchester en Liverpool amper 11% van de Engelse bevolking huisvest, is de regio de thuisbasis van niet minder dan 8 van de in totaal 20 Premier Leagueclubs. Ook de steden Barcelona en  München waren in hun land voortrekkers van de industriële revolutie en zagen hun bevolking tussen 1850 en 1900 respectievelijk verdrie- tot vijfvoudigen.

In de tweede fase van de industriële revolutie werd dan bijvoorbeeld een stad als Turijn overspoeld door arbeiders die mee wilden profiteren van het naoorlogse economische mirakel. Duizenden werklozen uit het arme zuiden meldden zich voor werk in de Fiat-autofabrieken van Gianni Agnelli en werden later fans van Juventus. En hoewel in sommige van deze steden de industriële revolutie een pijnlijk en abrupt einde kende, bleven de clubs overeind.

Stuk voor stuk waren het steden zonder al te veel bestaande hiërarchieën en met een zwakke samenhang tussen de plaatselijke inwoners en de immigranten, die zich via hun voetbalclub uiteindelijk een identiteit aan wisten te meten. Gevestigde steden als Oxford, Cambridge, Cheltenham, Canterbury en York hadden minder nood aan sociale smeerolie en hebben vandaag dan ook amper één club in de Premier League.

Dé uitzondering op de regel is uiteraard Real Madrid. Die club werd groot onder het fascistische regime van Franco, die graag en veel geld naar de hoofdstad omleidde. Dictators hechten altijd een groot belang aan de uitstraling van hun hoofdstad.

Misschien komt de dag dat een club uit Parijs, Londen of Berlijn de Champions League wint, besluiten de auteurs. Maar als dat gebeurt zullen die steden ook alle andere aspecten van het leven in hun land domineren.

  • Powered by:Express.be
Share
STIJGERS & DALERS BEL20