Waarom de dood in slow motion lijkt te komen

Op achtjarige leeftijd ontsnapte David Eagleman ternauwernood aan de dood toen hij van het dak van een huis naar beneden viel. Tot op de dag van vandaag kan deze universiteitsprofessor en neuroloog in detail beschrijven wat hij toen allemaal zag. De gebeurtenis maakte op hem zo’n grote indruk dat hij getuigenissen begon te verzamelen van andere mensen die de dood voor ogen hadden gezien. En allen hebben verklaard de indruk te hebben gehad dat de wereld rond hen in slow motion draaide.

Eagleman nam de proef op de som en liet een aantal studenten aan SCAD diving doen, een activiteit waarbij iemand vanop grote hoogte en met de rug naar de grond toe naar beneden wordt gegooid, alvorens in een veiligheidsnet te belanden (zie film onderaan).

Zijn conclusies spreken voor zichzelf:

‘Wie valt ziet niet echt de wereld in vertraagde beelden. Het is niet zoals een camera; het is nog veel interessanter.’

Ons geheugen functioneert als een zeef. We kunnen niet alles registreren waarmee we geconfronteerd worden. Dus, wanneer we bijvoorbeeld op straat wandelen worden we geconfronteerd met een enorm aantal stimuli die ons geheugen niet registeert: gezichten, verkeersborden,... Maar wanneer plots een snelle wagen opduikt die in onze richting maneuvreert, stopt het geheugen met een onderscheid te maken tussen het essentiële en het bijkomstige.

Op luttele seconden gaat het geheugen dan een astronomische hoeveelheid herinneringen oproepen, die op dat moment van pas kunnen komen. Het gevoel van vertraging dat dan optreedt is een gevolg van de hersenactiviteit die nodig is om al deze informatie zo snel te ordenen.

Daarom, concludeert Eagleman, hebben mensen het gevoel dat wanneer ze de dood tegemoet gaan, dat wel een eeuwigheid lijkt te duren. (Foto: Tim Schapker/Flickr)

  • Powered by:Express.be
Share
STIJGERS & DALERS BEL20