Politici zijn geen leugenaars

  • Joker > Praat!
  • 3790x gelezen
  • 16 nov 2010
  • door Jan Flamend

Het is opvallend hoeveel aandacht er tegenwoordig weer aan het fenomeen liegen wordt besteed. Je hebt de film The invention of Lying van Ricky Gervais, de detectievereeks Lie to me met leugendeskundige Dr. Cal Lightman, het boek De waarheid over liegen van Michael Goovaerts, de waarheden van Els Clottermans en Jef Vermassen.

Als je tegen je schoonmoeder zegt dat haar taart heerlijk is, terwijl ze eigenlijk niet te vreten is (de taart wel te verstaan), ben je dan aan het liegen? Is dat liegen op het niveau van Bill Clinton, die de waarheid duidelijk geweld aandeed toen hij met de geheven wijsvinger meldde: "I never had sexual relations with that woman, Miss Lewinsky"? Een leugentje om bestwil, met een zeker gevoel voor ironie, is dat te vergelijken met een flagrante, kwaadaardige verdraaiing van de werkelijkheid?

Als je liegt, moet je ten alle koste vermijden dat de ander er achter komt dat je gelogen hebt. Je moet dus blijven liegen, je leugens consistent maken door telkens andere dingen te verzinnen die de fictie in stand houden. "Er is niets zo pathetisch als een vergeetachtige leugenaar", zei F.M. Knowles.

Wie zijn de grootste leugenaars ? Ik ben er zeker van dat het spontane antwoord politici zal zijn. Zelf vinden ze alvast van niet. Een paar voorbeelden:

De Amerikaanse politicus Adlai Stevenson had een interessante opvatting over het politieke debat.

Zijn voorstel: "If they stop telling lies about us, then I will stop telling the truth about them."

Richard Nixon, die tegen de lamp liep na het Watergateschandaal en zijn vele leugens om zijn betrokkenheid daarbij te verdoezelen, heeft altijd voet bij stuk gehouden dat hij geen leugenaar is.

Zijn uitleg: "I was not lying. I said things that later on seemed to be untrue."

Ronald Reagan had ook een goeie klaar toen hem werd gevraagd of hij op de hoogte was van de Iran-Contra affaire.

Zijn bekentenis: "I think I don't remember."

Oliver North werd over dezelfde affaire stevig aan de tand gevoeld door een onderzoekscommissie van de Amerikaanse Senaat.

Zijn standpunt: "I wasn't lying Senator. I was presenting a different version of the facts."

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Alexander Haig, verdedigde zich in 1983 door er semantiek en lexicale grammatica bij te halen.

Zijn verklaring: "That's not a lie. It is a terminological inexactitude."

Charles de Gaulle had een nuchtere kijk op de waarheidslievendheid van politici.

Zijn observatie: "Vermits politici zelf niet geloven wat ze vertellen, zijn ze verbaasd als blijkt dat de mensen wel geloven wat ze zeggen."

De Zuid-Afrikaanse premier Botha had een interessante opvatting over censuur. Zijn mening: "We do not have censorship. What we have, is a limitation of what newspapers can report."

Jozef Stalin, liet tussen 1930 en 1938 ongeveer dertig miljoen mensen ombrengen.

Zijn toespraak (1932): "Van alle schatten die een staat kan hebben, zijn de levens van onze mensen de meest dierbare."

Sommige politici zijn dan weer ontstellend eerlijk. Zonder dat ze het evenwel willen. President Johnson, die zijn belangrijkste beslissingen doorgaans op toilet nam, werd in 1971 aan de tand gevoeld over de omstreden FBI-baas J. Edgar Hoover. Waarom hij Hoover niet ontsloeg: "Ik heb liever dat die vent vanuit mijn tent naar buiten pist, dan dat hij van buitenaf naar binnen zou pissen", was zijn gevatte repliek.

Jan Flamend

is management consultant en oprichter van het internationale opleidingsbedrijf Valueselling.be. Zijn standaardwerk over sales heet How to sell your value and your price. Tips, tricks and tools for sales success'. In november 2010 verscheen 'Het Grote Verkoophandboek, Tips & Tricks', dat hij samen met Peter Tans schreef.

Meer info:

De Cavalerie

Valueselling.be

Share
STIJGERS & DALERS BEL20