'Ik ken niet één Vlaamse kiekenkaarter of amateurcoureur die zou accepteren dat zijn clubvoorzitter wordt verkozen zoals het VB zijn leider op het schild heft. Voorgekauwd door het establishment, voorgesnauwd door onderling rivaliserende clans, doodsbenauwd voor open debat... Na dertig jaar oligarchie, een vastgeroeste en vetbetaalde elite, met moeite twee voorzitters - en wat krijgen we? Een stemming zonder tegenkandidaat. Zo ziet het democratische walhalla er dus uit van een partij die al decennia klaagt over het democratisch deficit van al haar tegenstanders. Zelfs groenen en sossen discussiëren openlijker over wie de broek mag dragen, en zelfs wélke broek.'
|