De sluiting van Opel Antwerpen: 20 stakingen in 10 jaar (niet de loonkost)

De sluiting van de Opel fabriek in Antwerpen heeft de discussie over de competivitieve positie van de Vlaamse assemblage-industrie niet verder gebracht dan de klassieke verwijzing naar de hoge loonkost. Door de gestegen automatisering van het productieproces en meer uitbesteding van de productie van onderdelen, componenten en diensten is het aandeel van de loonkost van de totale assemblage kost naar rond 6 % gedaald. Het aandeel van aangekochte onderdelen, componenten en diensten is naar rond de 70 % gestegen. In het geval van Opel in grote mate ingevoerd uit de Bondsrepubliek. De Duitse loonkost weegt daardoor zwaarder op de totale assemblagekost dan onze eigen loonkost. Bij toewijzing van nieuwe assemblage contracten speelt de loonkost bijgevolg nauwelijks een rol.

Het recente verleden toont meer voorbeelden van relocatie van assemblage van lage- naar hogeloonlanden dan omgekeerd. Ford verhuisde de assemblage van het Galaxy-model van Portugal naar Genk. BMW,Volkswagen en Porsche bouwden recent fabrieken in Leipzig en Dresden. Op iets meer dan 100 kilometer van de grens met Oost-Europa met een fractie van Duitse loonkost.

Het argument van het grote aandeel van de loonkost in de toegevoegde waarde houdt geen steek. Toegevoegde waarde is het verschil tussen marktprijs en kostprijs. Bij uitbestede assemblage is er geen marktprijs. Wel een assemblagevergoeding per auto. In fabrieken en op productielijnen die eigendom zijn van de opdrachtgever worden auto's geassembleerd met door de opdrachtgever in consignatie gegeven onderdelen en componenten. Volgens eveneens door de opdrachtgever opgelegde en gecontroleerde normen met betrekking tot productiviteit en kwaliteit. In die zin is auto-assemblage een dienstverlenende, geen industriële sector.

Het wezenlijke onderscheid tussen verschillende locaties is een moeilijk standaardiseerbaar sociaal klimaat. Tijdens de periode einde 2000 en vandaag werd bij Opel Antwerpen om 11 verschillende redenenen 20 keer gestaakt. Dat maakte het voor GM-onderhandelaars moeilijk om onder supervisie van de vakbonden te moeten onderhandelen over een mogelijk overnamescenario. Men kan de overheid niet verantwoordelijk stellen voor de contraproductieve, op de man gespeelde syndicale verbale agressie tijdens de onderhandelingen. Anderzijds heeft de overheid zich nooit van die uitspraken gedistantieerd. Er is duidelijk iets verkeerd met een systeem waarin de overheid geen enkel eigen, onafhankelijk en doelgericht industrieel beleid kan voeren. Fabrieksluitingen zijn evenzeer onderdeel van een vrijemarkteconomie als investeringen in nieuwe fabrieken. De randvoorwaarden voor een door gewijzigde economische parameters gedwongen sluiting zijn voor de competiviteit en investeringsklimaat van een regio even belangrijk als randvoorwaarden voor nieuwe investeringen.

 

  • Powered by:Express.be
Flanders Centre for Automotive Research

Dit is een bijdrage van Flanders' Centre for Automotive Research, een onafhankelijk, academisch ondersteund kenniscentrum voor de automobielindustrie. Kijk ook op:

http://www.f-car.be/

 

Share
BENOEMINGEN
Geert Paepen Geert Paepen
European Sales & Market... REMY AUTOMOTIVE EUROPE
Koen Maes
NISSAN BELGIUM
STIJGERS & DALERS BEL20