 Het Duitse chemieconcern Bayer blijft geloven in zijn Antwerpse vestiging. Dat zegt Tony Van Osselaer, operationeel directeur van Bayer MaterialScience, de chemische divisie van het Duitse concern, ter gelegenheid van de voorstelling van de jaarcijfers van het bedrijf. De bereidheid van Bayer om in Antwerpen te blijven investeren blijkt volgens Van Osselaer duidelijk uit de intentie van de directie om het wereldwijde hoofdkwartier projectontwikkeling van de divisie over te brengen naar de Antwerpse vestiging. Maar Tony Van Osselaer merkt op dat er dan wel een aantal dringende problemen moeten worden opgelost. Onder meer de zware loonlast en de energievoorziening blijft voor Antwerpen een belangrijk knelpunt. De Belgische topman van Bayer MaterialScience voegt er echter aan toe er vast van overtuigd te zijn dat de Antwerpse vestiging die problemen zal oplossen.
"Bayer heeft de voorbije periode € 700 miljoen geïnvesteerd in zijn Antwerpse vestiging," verduidelijkt Tony Van Osselaer. "De helft van die investeringen ging naar nieuwe capaciteit. Het resterende gedeelte werd besteed aan het onderhoud en de modernisering van de bestaande installaties. Dat is een teken dat de directie gelooft in de toekomst van Antwerpen. Maar het blijft cruciaal dat de vestiging zich concurrentieel opstelt. De grootte van de Antwerpse productie en de procestechnologie, die tot de allerbeste van de wereld behoort, vormen in dat verband belangrijke troeven. De kostprijzen van energie en grondstoffen en de verhouding tussen loonkosten vormen daarentegen punten waar nog duidelijk aan gewerkt moet worden. Op het gebied van loonkost-efficiëntie staat Antwerpen binnen de groep slechts op de dertiende van de zestien vestigingen. Van de zesentwintig polycarbonaat-producenten ter wereld, neemt Antwerpen slechts de drieëntwintigste plaats in."
Tony Van Osselaer wijst erop dat de loonkost in Antwerpen 24 % hoger ligt dan in de Duitse fabrieken van Bayer. "Per uur moet er zelfs van een kloof met 34 % gewag worden gemaakt," merkt hij op. "Daarvoor moet een oplossing worden gevonden, zonder dat daarvoor tot een looninlevering hoeft overwogen te worden." Van Osselaer meent daarbij dat er op het vlak van verlofdagen een oplossing kan gevonden worden. Op dit ogenblik hebben medewerkers bij Bayer Antwerpen volgens hem tot zeventig dagen per jaar verlof. Hij voegt er aan toe dat er op dit ogenblik gezocht wordt naar trajecten die voor alle partijen aanvaardbaar zijn en stelt ervan overtuigd te zijn dat er ook daadwerkelijk een oplossing kan gevonden worden. De voorbije dertig jaar werd immers ook altijd een uitweg gevonden. Van Osselaer benadrukt daarbij dat Bayer nooit gedreigd heeft om uit Antwerpen weg te trekken, zoals door een aantal bronnen werd gesuggereerd. (MH)
|