 Bijna 80 % van het publiek beschouwt toegang tot het internet als een fundamenteel recht. Dat blijkt uit een internationaal onderzoek van de BBC World Service. Landen zoals Finland en Estland hebben al een wetgeving geïmplementeerd waarbij toegang tot het internet een basisrecht is voor hun inwoners. Ook internationale organisaties zoals de Verenigde Naties sturen aan op een algemene toegang tot het internet. Hamadoun Toure, secretaris-generaal van de International Telecommunication Union (ITU), stelt dat het recht op communicatie niet ontkend kan worden. Volgens Toure is het internet de krachtigste bron van menselijke verheffing die ooit werd gecreëerd. Hij voegt er aan toe dat de overheden het internet dan ook als een basisinfrastructuur moeten bestempelen, net zoals wegen, afvalverwerking en water.
"De wereld is geëvolueerd naar een kennismaatschappij en iedereen moet de mogelijkheid hebben om daar aan deel te nemen," benadrukt Hamadoun Toure tegenover BBC News. Zuid-Korea schaart zich het sterkste achter het idee van het internet als een basisrecht. Daar is 96 % van de bevolking van overtuigd dat iedereen toegang moet kunnen hebben tot het internet. In Zuid-Korea beschikt trouwens al bijna iedereen over breedband-internet. Ook in landen zoals Mexico, Brazilië en Turkije, is er een bijzondere hoge steun voor het internet als basisrecht. Met meer dan 90 % scoort Turkije daarbij hoger dan elk ander Europees land. Uit het onderzoek bleek verder dat het internet steeds meer een cruciale pijler wordt van het dagelijkse leven. In Japan, Mexico en Rusland geeft inmiddels al ongeveer drie kwart van de bevolking toe niet meer zonder het internet te kunnen.
De meeste ondervraagden zeggen ook dat het internet een positieve impact heeft. Bijna vier of vijf zegt dat het internet hem grotere vrijheid heeft gebracht. "Maar toch blijft een aantal respondenten ook bezorgd over de mogelijke risico's van het internet," aldus nog BBC News. "Daarbij wordt vooral gewezen op het gevaar van fraude, de gemakkelijke toegang tot gewelddadige of pornografische content en de schending van de privacy. Vooral in Japan, Zuid-Korea en Duitsland zegt een groot gedeelte van de ondervraagden daarom terughoudend te zijn met online communicaties. In Nigeria, India en Ghana ligt de bezorgdheid over die problematiek veel lager." In de verschillende landen wordt wel een duidelijke afwijkende benadering gehanteerd tegenover het internet. In landen zoals Zuid-Korea en Nigeria is men van oordeel dat de overheid zich nooit zou mogen inlaten met de regulering van het internet. In China en vele Europese landen wil een meerderheid van de bevolking daarentegen wel dat de regering het internet controleert.(MH)
|