 De gemiddelde snelheid van het internet bedraagt niet meer dan 1,7 megabits per seconde, hoewel een aantal landen inspanningen hebben gedaan op snellere services uit te bouwen. Dat is de conclusie van een rapport van het netwerkbedrijf Akamai. Zuid-Korea heeft het snelste internet van de wereld (12 mbps). Daarna volgen Hongkong (9 mbps), Japan (7.8 mbps), Roemenië (6.3 mbps), Letland (6,3 mbps), Zweden (6,1 mbps), Nederland (5,9 mbps), Tsjechië (5,4 mbps), Denemarken (5,3 mbps) en Zwitserland (5,2 mbps). Akamai stelt dat ook Zuid-Korea, dat nochtans bestempeld wordt als de breedband-norm van de wereld, nog altijd een relatief lage gemiddelde internetsnelheid heeft. De maximale snelheid op de gewone consumentenmarkt bedraagt er ongeveer 33 megabits per seconde.
Akamai merkt op dat er in Zuid-Korea wel snelheden tot 100 megabits per seconde beschikbaar zijn, maar daarbij worden prijzen gehanteerd die voor het algemene publiek niet haalbaar zijn. Met Masan heeft Zuid-Korea ook de snelste breedbandstad van de wereld. De lijst met de honderd snelste breedbandsteden wordt door Azië gedomineerd. Meer dan de helft van die lijst bestaat uit Japanse steden. De top twintig bestaat exclusief uit Zuid-Koreaanse en Japanse steden, met uitzondering van de Zweedse stad Umea, die op een achttiende plaats staat. In de lijst worden ook slechts twaalf Amerikaanse steden geteld. Europa is naast Umea ook nog vertegenwoordigd door het Duitse Baden-Baden, het Nederlandse Wageningen en het Roemeense Timisoara.
De wereldwijde gemiddeld snelheden van het mobiele internet variëren van 105 kilobits per seconde tot 7,2 megabits per seconde. Opmerkelijk is dat beide extremen opgetekend werden bij providers in Slovakije. Uit het onderzoek blijkt verder dat Rusland de belangrijkste bron vormt van de zogenaamde attack-trafiek, zoals phishing en spam. Rusland vertegenwoordigt volgens Akamai 12 procent van het wereldwijde attack-trafiek, gevolgd door de Verenigde Staten (10 procent), China (9,1 procent), Taiwan (6,1 procent), Brazilië (6 procent), Italië (4,4 procent), Duitsland (3,9 procent), Roemenië (3,2 procent), Japan (2,9 procent) en Polen (2,4 procent). (MH)
|