 China is het voorbije jaar het slachtoffer geworden van bijna een half miljoen cyberaanvallen. De helft daarvan is afkomstig van buitenlandse bronnen, waaronder India en de Verenigde Staten. Dat blijkt uit een rapport van het Chinese National Computer Network Emergency Response Coordination Centre. Bij de meeste aanvallen zou van Trojan-virussen gebruik gemaakt zijn. Onlangs kondigde China de oprichting van een online politiedienst op om de veiligheid van het internet te bewaken.
"Er werden het voorbije jaar in China 480.000 cyberaanvallen met Trojan-virussen geregistreerd," merkt de krant China Daily op. "Daarbij werden 221.000 aanvallen teruggevoerd naar buitenlandse bronnen. De Verenigde Staten vormden met een aandeel van 14,7 procent het belangrijkste land van herkomst, gevolgd door India met 8 procent. Daarnaast werden ook 13.782 botnet-aanvallen geteld, waarbij 6.531 bronnen zich in het buitenland bevonden. De Verenigde Staten waren ook hier de belangrijkste herkomst (21,7 procent), gevolgd door India (7,2 procent) en Turkije (5,7 procent).
Internationaal wordt China zelf met de vinger gewezen als bron van vele cyberaanvallen. In een recent rapport had het beveiligingsbedrijf McAfee nog gewag gemaakt van grootschalige cyberspionage, gespreid over een periode van vijf jaar, door één partij. Onder meer de regeringen van de Verenigde Staten, India, Canada, Zuid-Korea en Taiwan zouden daarvan het doelwit zijn geweest. De bron van de cyberspionage werd niet nader genoemd, maar volgens vele analisten kon dat alleen China zijn. Die aantijgingen werden door China echter met klem ontkend. (MH)
|