 Bij journalisten is LinkedIn het meest populaire sociale netwerk. Dat is de conclusie van een Amerikaans onderzoek van het bureau Arketi. Bij de ondervraagde journalisten bleek 92 procent een account op de professionele netwerksite LinkedIn te hebben. Op de tweede plaats staat Facebook (85 procent), kort gevolgd door Twitter (84 procent). Daarna volgt YouTube met 58 procent. Ook blijkt 49 procent van de journalisten blogs volgen. Verder nog volgen netwerksites zoals Flickr (28 procent), Digg (20 procent), MySpace (18 procent), Delicious (15 procent) en Foursquare (14 procent).
Uit het onderzoek blijkt verder dat 82 procent van de economische journalisten van mening is dat een bedrijf zonder een eigen website minder credibiliteit heeft. Wanneer het niet lukt om een bron te bereiken, wendt 81 procent van de journalisten zich tot de website van het bedrijf. Volgens 98 procent maakt contact-informatie de website van een bedrijf bijzonder nuttig voor journalisten, gevolgd door zoekmogelijkheden (94 procent) en documenten (87 procent). Daarentegen vindt slechts 47 procent Twitter een handig instrument. Ook audiobestanden halen slechts een score van 45 procent.
Ook bleek dat 64 procent van de journalisten meer dan twintig uur online actief is. Voor 21 procent loopt dat op tot meer dan veertig uur. Ook blijkt dat 98 procent van de journalisten op het internet nieuws lezen, terwijl 91 procent van het medium gebruik maakt om nieuwsbronnen en ideeën voor reportages te zoeken. Verder volgen sociale netwerking (69 procent) en microblogging (66 procent). Ook onderhoudt 53 procent van de journalisten een blog. Webinars halen nog een score van 48 procent, terwijl 34 procent YouTube raadpleegt. (MH)
|