 Ongeveer twee op drie seksuele predatoren op het internet brengen seksueel getinte onderwerpen naar voor tijdens de eerste chatsessie die ze met jonge slachtoffers hebben. Dat is één van de conclusies van een onderzoek van Elizabeth Dowdell, professor aan het College of Nursing aan de Villanova University in de Amerikaanse staat Pennsylvania. Aan de hand van interviews met daders en slachtoffers wil Bowdell een aantal typische patronen van het online gedrag van seksuele predatoren definiëren.
"Het gebruik van online sociale netwerken kent een grote groei onder alle leeftijdsgroepen, waardoor nieuwe mogelijkheden worden gecreëerd voor de uitwisseling van seksuele informatie en potentieel gevaarlijke ontmoetingen tussen predatoren en kwetsbare jongeren," merkt Elizabeth Dowdell op in het webmagazine HealthDay News. Uit het onderzoek blijkt dat meer dan de helft van de seksuele predatoren toegeeft op het internet zijn ware identiteit te verbergen. De meesten gaven ook aan een online contact met tienermeisjes te verkiezen boven ontmoetingen met tienerjongens.
Dowdell kwam verder tot de vaststelling dat 56,7 procent van de tienermeisjes op de hoogte is van het begrip sexting, tegenover slechts 46,9 procent van de jongens. Ongeveer de helft van de slachtoffers zegt zijn online seksuele chatpartner ook persoonlijk ontmoet te hebben. Van die groep geeft één op tien toe seksueel aangerand te zijn of ongepast aangeraakt te zijn. Dowdell merkt verder op dat seksuele predatoren zich ook ophouden in avatar-sites. (MH)
|